Een vrouw die opnieuw zwanger is na een miskraam, is vaak bang dat het opnieuw misgaat. Ze is dan hyper-alert op elk seintje van haar lichaam.

Ze voelt zich schuldig naar het nieuwe kindje omdat ze niet continu blij is. Of ze vindt dat ze het kindje van de miskraam tekort doet, omdat ze uitkijkt naar de nieuwe geboorte.

Allemaal invoelbaar. Maar het geeft stress. En stress in de zwangerschap is niet handig.

Wat kun je voor haar doen, behalve extra echo’s aanbieden?

Veel praktijken en ziekenhuizen bieden extra echo’s aan. Dat vinden vrouwen meestal ook echt wel fijn. Maar je kunt meer doen. We weten intussen dat tender love & care (TLC) geweldige resultaten geeft.

Met deze éne suggestie kun je als professional al veel betekenen.

Féline* is verloskundige in de Zaanstreek. Ze volgde mijn eendaagse nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’. Geaccrediteerd door de KNOV, de NVOG en de BEN.

Ik bel Féline na 3 maanden voor het eindgesprek.

Ze vertelt: ‘Ik heb ontzettend veel gehad aan die ene zin uit je scholing.

Je zei dat ik tegen de zwangere kon zeggen:

‘Vertel maar aan het nieuwe kindje in je buik, dat je soms bang bent omdat het de vorige keer misging. En dat het heel welkom is.’

Dit werkt heel goed! Het erkent haar zorgen, ze gaat in verbinding met het nieuwe kindje en het geeft haar iets te doen.’

Gouden tip dus, deze zin. Gebruik ‘m gerust. Op elk moment in de zwangerschap.

Ben je maat van een verloskundigenpraktijk? Of de enige eigenaar misschien?

Zorg dat dan je een goed opgeleide miskraamcoach in huis haalt.

Je kunt natuurlijk ook iemand van je praktijk laten opleiden tot gecertificeerd miskraamcoach.

Waarom is dat een erg goed idee?

1 op de 4 vrouwen maakt een miskraam mee, of meer dan één. Miskramen hebben ook impact op de zwangerschappen daarna. Je moet als verloskundige goede zorg bieden bij miskramen, natuurlijk.

Maar, liefst bied je méér dan de reguliere zorg, omdat steeds meer mensen daar behoefte aan hebben. En omdat het goed is voor jullie cliënten en jullie praktijk. Hoe zit dat?

4 redenen waarom je als verloskundigenpraktijk een miskraamcoach in huis wil hebben:


1. Je onderscheidt je als verloskundigenpraktijk.

Hanneke Loedeman-de Boer van Verloskundige Praktijk Hardenberg: ‘Het 5-stappenprogramma werkt geweldig en ik ben blij dat wij als praktijk deze extra zorg bij miskramen kunnen bieden. Daarmee zijn we de eerste in de wijde omgeving. Ik volgde je opleiding samen met mijn collega Marloes, dat was praktisch én het heeft onze werkrelatie enorm versterkt.’

2. Je creëert een inkomstenstroom die niet afhankelijk is van verzekeraars.

Fijn in deze tijd waarin verzekeraars de vergoedingen steeds meer beperken. Rodanña is verloskundige in de regio Duiven: ‘In mijn eerste jaar als miskraamcoach heb ik 18 vrouwen en stellen begeleid.’ Dat deed ze dus naast haar werk als verloskundige.


3. Je geeft je medewerkers (of jezelf!) perspectief om nog jaren met plezier te kunnen blijven werken.

Dát is duurzame inzetbaarheid van je personeel.

* ‘Ik zoek verdieping in mijn vak, zonder de verloskunde vaarwel te zeggen.’ Dat hoor ik bijna wekelijks. Miskraamcoaching is dan dé oplossing.

* Greta* (47 jaar): ‘Het valt me steeds zwaarder om te herstellen van nachtdiensten.’ Als miskraamcoach werk je overdag, wel zo prettig.

* Judith van Verloskundigen Westerkade in Utrecht: ‘Het is voor mij heel tof om weer iets nieuws te leren en om miskraambegeleiding aan te kunnen bieden in onze verloskundigenpraktijk.’

4. Je biedt je cliënten de beste zorg rond miskramen, in jullie vertrouwde praktijk.

Vicky van Andel, verloskundige in Sliedrecht: ‘We hoeven ze niet meer door te verwijzen, waardoor ze sneller geholpen zijn en de drempel naar hulp lager is.’

Dus, bedenk nu wie in je team de interesse heeft om miskraamcoach te worden. Misschien ben je het zelf?

Bel of mail me meteen even op info@miskraambegeleiding.nl, dan bespreken we wat een goede aanpak kan zijn voor jullie praktijk.

Er zijn nog enkele plekken in de opleiding die in september start. Voor jouw praktijk?

Daisy draait zich van het echoscherm af en kijkt mevrouw Haile aan: ‘Helaas, het hartje klopt niet meer. U gaat een miskraam krijgen.’

Saba Haile knikt haar vriendelijk toe: ‘Goed, ja? Dank, dokter!’

Daisy neemt de echofoto uit het apparaat. Ze ziet een stapel liggen van de folder ‘Een miskraam, wat nu?’. Daar heeft ze nu niks aan.

Want, wat nu? Daisy spreekt maar 3 woorden Eritrees. Google translate was al ingewikkeld bij het praatje over het weer. En Saba’s man is aan het werk.

-.-.-.-.-.-.-

Zet een tolk in! Wanneer? Hoe? Wie betaalt dat?
Simone Goosen heeft de antwoorden. Simone is campagneleider van ‘Tolken terug in de zorg’ bij de Johannes Wier Stichting voor gezondheidszorg en mensenrechten.

1. Wanneer zet je een tolk in? 
‘Als jij en mevrouw elkaar niet goed genoeg kunnen verstaan. Als er geen volwassene bij is, die jullie allebei vertrouwen en die beide talen goed spreekt. En sowieso bij persoonlijke, complexe of emotionele onderwerpen, zoals een miskraam.
Dus bij de slecht-nieuws-echo, maar ook bij de telefoontjes daarna en bij het controlegesprek na 6 weken. En bij de intake van een nieuwe zwangerschap na een miskraam? Dan ook.’

2. Wie betaalt de tolk? 
‘In de eerste lijn geboortezorg wordt de tolk sinds januari 2023 weer vergoed. Jij krijgt een factuur van de tolk. Die factuur declareer je vervolgens bij de verzekering.’

3. Klopt het dat je de tolk max 15 minuten kunt inzetten? 
‘Nee, dat 15 minuten het maximum zou zijn is absoluut een misverstand. De declaratie gaat per blok van 15 minuten (daar komt het waarschijnlijk vandaan) maar er is geen maximum!’

4. Mag een verzekeraar maar 15 minuten per dag per cliënt vergoeden?
‘Nee, ook dat niet. De verzekeraar moet vergoeden wat nodig is. En jij bepaalt als professional in overleg met de cliënt wanneer de tolk nodig is, hoe vaak en hoe lang.’

5. Hoe regel je een tolk? 
https://lnkd.in/egRhQsZd

Nog 3 extra tips:
* Je kunt vragen om een specifieke tolk waar je goede ervaringen mee hebt. Deel je goede ervaringen ook met je collega’s, in jullie kring en in de VSV’s.
* Vraag bij miskramen altijd om een vrouwelijke tolk. Vertel de tolk dan ook meteen – of zelfs vooraf – wat de situatie is.
* Laat nooit een minderjarige vertalen in de zorg. Een kind is geen tolk. Ook niet als hij of zij 14 of 17 is. (https://lnkd.in/eQ-bXG8K)

Simone vertelt me dat tolken overal in de zorg veel minder ingezet worden dan nodig is. Dus: benut tolken gerust meer, nu ze weer vergoed worden. Dat maakt de zorg beter.

Heb het er ook over met je collega’s: wanneer zetten jullie een tolk in? En ben je student: stel deze vraag in je stagepraktijk.

Een tolk kan belangrijk verschil maken voor je cliënten met een miskraam.

Een tolk helpt jou als professional om optimale zorg te leveren.

Een miskraam is al verdrietig genoeg.

Veel verloskundigenpraktijken organiseren groepen Centering Pregnancy (CP) of zwangerschapscursussen. De verloskundige begeleidt zwangere vrouwen dan in een groep vrouwen die allemaal ongeveer net zo ver zwanger zijn. CP start meestal na 12 weken zwangerschap.

In de aanpak van CP is helaas nog geen aandacht voor miskramen. Maar het is een heel belangrijk onderwerp.

Waarom zou je in CP aandacht hebben voor eventuele eerdere miskramen?

  • Eerder verlies kan impact hebben op de nieuwe zwangerschap. De nieuwe zwangerschap kan zaken naar boven brengen die ze dacht al verwerkt te hebben.
  • De moeder is meestal niet meer zorgeloos zwanger na eerder verlies. Je wil haar zorgen serieus nemen.
  • Ze durft zich soms pas te verbinden met het nieuwe kindje, als de termijn waarop het eerder misging, voorbij is. Of pas als het nieuwe kindje geboren is. Je wil haar uitnodigen om zich eerder te hechten.

Dus, je wilt niet dat miskramen iets zijn wat beladen is of waar geheimzinnig over gedaan moet worden in CP of in je zwangerschapscursus.  Dat schaadt de nieuwe zwangerschap, dat schaadt de band tussen de moeder en haar nieuwe kindje, en dat schaadt haar vertrouwen in jou en in jullie praktijk.

Het kan ook anders. Het helpt vrouwen juist als er ook over eerdere miskramen gesproken kan worden. Juist bij de verloskundigenpraktijk, ook bij Centering Pregnancy! Daarin is dus heel belangrijk wat jij als CP-begeleider hierin doet!

Wat heb je nodig om dit goed te doen?

Het is nodig dat je weet hoe je miskramen en abortus ter sprake brengt op een manier die niet afschrikt. En het is nodig dat je precies weet hoe je vrouwen echt helpt om hun zwangerschap met vertrouwen te kunnen vervolgen.

Ik ben benieuwd hoe jullie dat doen in je praktijk?

5 praktische tips om in CP aandacht te hebben voor miskramen:

  • Leg de boeken ‘Begeleiding van vrouwen met een miskraam’, ‘Begeleiding na een afgebroken zwangerschap of abortus’ en ‘Als je je kindje verliest in de zwangerschap’ erbij op je boekentafel of in je boekenkast. Het boek ‘Als je je kindje verliest in de zwangerschap’ is heel waardevol om in te vullen tijdens de nieuwe zwangerschap. En in de begeleidingsboeken vinden vrouwen én mannen steun, door de vele ervaringsverhalen. Leg ook de prentenboeken ‘Kindje in de wolken’ en/of ‘Kindje in de zee van mama’s buik’ neer.
  • Deel deze link naar 5 tips om je miskraam te verwerkenwww.miskraambegeleiding.nl/herstel/. Zet de link bijvoorbeeld in het CP-werkboek dat de vrouwen bij je krijgen. Of mail de link naar ze.
  • Zorg dat je als CP-begeleider de nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’ hebt gevolgd. En liefst ook de nascholing ‘Vrouwen met een abortus provocatus goed begeleiden’. Dan leer je ook wat wél helpt om te zeggen tegen vrouwen die na een miskraam of abortus opnieuw zwanger zijn. Want weet: 1 op de 4 vrouwen maakt een miskraam mee. 1 op de 5 een abortus. Dat geldt ook voor de vrouwen in je CP-groepen.
  • Benoem in de eerste bijeenkomst en ook later: ‘Sommigen van jullie hebben hiervoor misschien een miskraam of abortus meegemaakt. Dat kan opspelen in deze nieuwe zwangerschap. Je bent welkom om erover te vertellen, voel je vooral niet verplicht. En merk je dat je meer nodig hebt, om genoeg vertrouwen te hebben in deze nieuwe zwangerschap? Laat het me weten.’
  • Zorg dat je dan ook echt weet hoe je haar goed helpt om met haar verlies om te gaan en om vertrouwen te hebben in de toekomst. Weet naar wie je kunt doorverwijzen als ze meer begeleiding kan gebruiken. Of – supertip! – leer zelf hoe je vrouwen en koppels hierin snel en goed begeleidt. Zodat ze haar zwangerschap met veel meer rust en vertrouwen kan vervolgen.

Overweeg je om je verloskundigenpraktijk uit te breiden met coaching rond miskramen en abortus? Goed plan! Neem contact met me op, dan geef ik je graag ideeën hoe je dit kunt doen op een manier die meteen veel kan betekenen voor je praktijk.

Ik spreek je graag. Al je vragen zijn welkom op info@miskraambegeleiding.nl.

Laatst hoorde ik het weer.

Een gynaecoloog zei: ‘Een miskraam is fysiek net een zware menstruatie.’

Dat is niet zo.

Reden 1
Natuurlijk maakt het qua beleving nogal uit of je alleen je maandelijkse bloed verliest, of dat je je zo gewenste kind en je zwangerschap verliest.

Dat weet de gynaecoloog ook wel.

Professionals bedoelen vaak: de pijn en het bloedverlies zijn vergelijkbaar met die bij een zware menstruatie.

Maar dat is geen handige vergelijking.

Reden 2
Vrouwen zijn tegenwoordig namelijk niet meer gewend aan de hoeveelheid bloed die bij een menstruatie komt kijken.

Jonge vrouwen gebruiken veelal tampons en/of de menstruatiecup. En die houden veel bloed uit het zicht.

Het is iets heel anders als al dat bloed ineens zichtbaar uit je stroomt. ‘Het was een bloedbad op mijn badkamervloer.’

Reden 3
De pil of een spiraaltje zorgen er bovendien voor dat vrouwen geen of veel minder bloed verliezen. Met bijbehorend: minder of geen pijn. Als je door deze anticonceptie jarenlang nauwelijks een menstruatie hebt meegemaakt, kun je dus weinig met de vergelijking met een zware menstruatie.

Die vergelijking heeft dus niet zoveel nut.

Hoe leg je het dan wel goed uit? Hmm, tja, helaas heb ik geen oplossing. Dat vind ik zelf ook jammer, ja.

Soms wordt gezegd: een mini-bevalling. Maar daar moet je cliënt dan ook maar net ervaring mee hebben.

Ik heb wel 3 tips waarmee je de vrouw die een miskraam gaat meemaken enorm kunt helpen.

 

3 praktische tips om aan je cliënt te geven:

  • Plas door een vergiet. Het bloed kan dan deels wegstromen en ze kan mogelijk haar kindje opvangen. Dan hoeft ze niets uit een emmer met bloed of uit de wc-pot te vissen. Het klinkt heftig als ik het zo opschrijf. Het is nog heftiger om mee te moeten maken.
  • Zorg dat je maandverband in huis hebt. Ik ken een verloskundige die altijd een paar pakken in haar auto heeft liggen om zo nodig mee te geven. Dan hoeft de cliënt tijdens haar miskraam niet te hannesen met handdoeken of luiers om het bloed op te vangen.
  • Zorg dat je pijnstillers in huis hebt. En jij weet als verloskundige wélke pijnstillers. Zet het erbij in je folder.

Zet deze tips in je miskraamfolder en op je website. Daar help je vrouwen en hun partner echt mee.

– – – – –

Je bent welkom bij de nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’. Geaccrediteerd door de KNOV, de BEN en de NVOG. De groepen lopen gauw vol, dus schrijf je meteen in.

Dit blog gaat natuurlijk ook over de ervaring bij abortus via pillen. Daar geldt ook dat de vergelijking met menstruatie vaak niet handig is. Meer tips om goed te begeleiden rond abortus provocatus krijg je in de KNOV-geaccrediteerde nascholing ‘Vrouwen met een abortus provocatus goed begeleiden’. Welkom!

 

In juni kwam dit boek uit: Pappa’s rouwen ook, waarin 12 vaders vertellen over het verlies van hun kind(eren). Veel van de verhalen gaan over verlies in de zwangerschap.

Auteur Bjorn Visser zegt in zijn inleiding:

‘In een aantal verhalen lees je over hoe vaders rouwen na een miskraam. Hierover is nauwelijks iets bekend, maar uit eigen ervaring en door de verhalen van andere mannen weet ik dat het verdriet om een miskraam voor veel vaders een verborgen verdriet is waar geen of weinig aandacht voor is.’

Wat ik extra interessant vond in dit boek: in de interviews vertellen de mannen ook over de impact die verlies kan hebben op hun geloofsbeleving. Sommige mannen hadden veel steun aan hun (christelijke) geloof of de mensen van hun kerk. Anderen kwamen in een geloofscrisis terecht of kregen gedoe in hun relatie omdat hun partner er anders in zat. Indrukwekkend om te mogen lezen.

 

Je weet dat je als gynaecoloog, verloskundige of echoscopist zoveel verschil kunt maken voor ouders. In het boek lees je er schrijnende én liefdevolle voorbeelden van. Een citaat:

‘Bij een van de miskramen, gebeurde het dat de gynaecoloog foto’s van de echo uitdraaide. Hij keek er even naar, maakte er voor onze ogen een prop van en mikte dat zo in de prullenbak. Dus zei ik: ‘Wat ben jij nu aan het doen, joh? Dat is mijn kind. Die foto’s wil ik hebben.’ Toen haalde hij die foto er weer uit, streek het een beetje glad op zijn been en mompelde een excuus.’

Ik schreef eerder al eens een blog over het belang van de echofoto.

 

Wil je meer concrete tips om goede zorg te leveren rond verlies in de zwangerschap? Lees dan vooral mijn boeken Begeleiding van vrouwen met een miskraam en Begeleiding na een afgebroken zwangerschap of abortus.

 

Ben je minder van het lezen?

Goed dat er steeds meer aandacht is voor de impact die verlies in de zwangerschap ook heeft op mannen.

En er is nog een weg te gaan.

 

Windei?

Lege vruchtzak?

Miriam, waar héb je het over?

Een zwangerschap zorgt na 9 maanden voor een blakende baby. Dat is het idee. Maar het gaat helaas ook vaak anders. Soms stopt het kindje in wording na een paar weken of maanden met groeien. Dan heeft de moeder een miskraam. Of een stilgeboorte.

Soms gaat het nog éérder mis. Dan is het prille kindje zelfs niet te zien bij de eerste echo. In medisch jargon heet het dan een lege vruchtzak of een windei.

Die termen moeten medische professionals in hun gesprekken met ouders niet meer gebruiken. Niet in het ziekenhuis, niet in de verloskundigenpraktijk, niet in het echocentrum.

Waarom zijn dit verkeerde woorden?
Lisanne* kreeg jaren geleden bij de echo te horen dat ze een windei had. Lisanne: ‘Ik vond de benaming windei heel naar. Alsof het niets was geweest.’

En dat is precies waar het wringt. Want het is wél iets geweest. Er was een bevruchting. Er was het begin van wat tot een kind had kunnen uitgroeien. Maar het is zo vroeg gestopt met groeien dat we het – zelfs met de slimme apparatuur van vandaag – niet kunnen zien op de echo.

De situatie een windei of lege vruchtzak noemen, is ongevoelig en het klopt niet. Het is hetzelfde als zeggen dat de Maya’s ruïnes bouwden.

Als je het Mayapaleis bij Cancún bezoekt, zie je afgebrokkelde muren. Er groeit gras in de voormalige paleiszaal. Het dak is allang verdwenen. Maar zo is het niet altijd geweest: ooit was het indrukwekkend prachtig. Ook al zijn daar nu geen foto’s meer van.

Het bestond, en het was een echt paleis.

Dus, de redenen waarom je geen windei of lege vruchtzak meer gaat zeggen:

  • De termen sluiten niet aan op hoe ouders hun zwangerschap beleven.
  • Het doet geen recht aan wat er was: een zwangerschap.
  • Het helpt ouders niet om met hun verlies om te gaan. Integendeel.

Goed, maar wat moet ik dán zeggen?
Omschrijf het. Geertje*, echoscopist bij een groot echocentrum in Noord-Brabant zegt het zo: ‘De zwangerschap is helaas heel vroeg gestopt. Het kindje is niet gaan groeien. Het is zó klein gebleven dat we het zelfs niet kunnen zien op de echo. Het enige dat je hier ziet, is de vruchtzak waarin het kindje had kunnen groeien.’

Geertje vult aan: ‘Soms vragen ouders me nog: kan het niet alsnog gaan groeien? Daarom voeg ik er meestal aan toe: Je gaat een miskraam krijgen en daar gaan we je ook bij helpen. En ik geef de echofoto mee.’

Het is toch wat het is? Sorry hoor, maar om bij een lege vruchtzak te gaan praten over een kindje, dat gaat me echt te ver.
Dat is okay. In plaats van kindje kun je ook jullie prille kindje of het kindje in wording gebruiken. Of dat wat jullie kind had kunnen worden.

Je kunt het eventueel omzeilen door het bij de zwangerschap te houden. Maar dat is abstracter, daarmee sluit je minder goed aan op hoe de ouders het beleven.

Je doet het toch nooit voor iedereen goed.
Dat klopt. Maar woorden als windei of lege vruchtzak zijn zelden passend. Een vrouw voelt zich moeder zodra ze de positieve zwangerschapstest in handen heeft. Sluit op die beleving aan, ook als het vroeg in de zwangerschap misgaat. Dat is respectvol.

Kortom, een pril begin is van belang. Ook als we het niet kunnen zien. Gebruik woorden die daarbij passen

– – – – –

Je bent welkom bij de nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’. Geaccrediteerd door de KNOV, de BEN en de NVOG.

Je kunt meedoen via zoom of op locatie. De groepen lopen gauw vol, dus schrijf je meteen in.

 

Isabel* belde me. Ze is verloskundige in Friesland en volgde een paar jaar geleden mijn nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’.

‘Miriam, jij raadt toch aan om na 4 tot 6 weken nog eens te bellen met vrouwen die een miskraam hadden?’

Klopt! Dat staat trouwens ook in de richtlijn van de KNOV.

‘Ja, precies. We kregen bij je nascholing zo’n handig lijstje met 10 supervragen om te stellen. Die vragen werken ook echt super. Maar, ik vind het lastig als een vrouw helemaal niet meer bezig is met haar miskraam. Als ze zegt dat het prima met haar gaat. Dan weet ik niet hoe ik verder ga.’

Je bedoelt dat het gesprek dan een beetje stilvalt?

‘Ja, dan weet ik even niet wat ik kan zeggen. En meteen gedag zeggen kan ook niet. Kijk, ik hoef haar miskraam niet groter te maken dan het voor haar is. Ik wil haar geen drama aanpraten. Maar hoe weet ik of het écht goed gaat met haar?

Dit hoor ik van meer verloskundigen. Voor sommige vrouwen is de impact van een miskraam echt minder dan voor anderen. Anderen willen of kunnen nog niet voelen wat het echt met ze doet.

Ja! En bij ons in de regio zijn mensen heel nuchter hè.

Ha, dat hoor ik dus echt uit élke regio. Maar goed, ik help je uit de brand. Deze 3 vragen kun je stellen als het prima gaat met haar:

  • Wat heeft jou geholpen om met je verlies om te gaan?
  • Waar heb je het meest aan gehad?
  • Met wie heb je erover kunnen praten? Hoe was dat?

Oh, wat een goeie vragen. Dit is zo nuttig, dank!

Graag gedaan, Isabel!

 

Maria* is verloskundige in opleiding. ‘Bij de praktijk waar ik begin dit jaar stage liep, mocht ik die nazorg-telefoontjes doen. Ik zei dan ook wel eens: ‘Ik ben student, ik ben benieuwd wat jou het meest heeft geholpen de afgelopen maand?’ Nou, dan vertelden vrouwen echt van alles. Super-leerzaam voor mij! En omdat je vraagt naar waar ze iets aan gehad heeft, is het ook een heel constructief gesprek.’

 

‘Ik kende Jojanneke nog niet, maar ze stond op mijn dienstlijstje om te bellen, omdat ze 5 weken eerder een miskraam had gehad.’ Dit zegt Roos*, verloskundige in een groepspraktijk in Apeldoorn*. ‘Het ging prima met haar, dus ik vroeg wat door over wat haar geholpen had, met wie ze erover had kunnen praten. We kregen zo’n leuk gesprek! En toen bleek dat ze ook nog een vraag had over opnieuw zwanger worden. Daar kan ze ons natuurlijk altijd voor bellen, maar omdat ik háár nu belde, was het veel laagdrempeliger. Jojanneke is nu in haar 3e zwangerschap ook weer bij onze praktijk.’

 

– – – – –

Nog veel meer tips en suggesties krijg je in de eendaagse nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’. Geaccrediteerd door de KNOV, de BEN en de NVOG.

Leuk als je je inschrijft voor de scholing van 11 juli of 3 oktober!

 

‘Het is druk in mijn verloskundigenpraktijk. We krijgen de roosters steeds maar nét rond. Helemaal nu mijn collega plotseling veel meer voor haar zieke moeder moet zorgen.’

Dit zegt Femke. Ze is al 10 jaar verloskundige in V.

Hoe hoog is de werkdruk van verloskundigen dan?
Nou, de werkdruk van verloskundigen is precies zo hoog als die van Franse notarissen.

Is dat onderzocht? Nee.

Is het waar? Zou kunnen.

Het werk komt in golven, bij notarissen en bij verloskundigen. En ik vermoed dat er veel verschil is tussen de ene en de andere notaris. Bij verloskundigen geldt dat ook. Sommigen hebben het prima in balans, veel anderen hebben het hartstikke druk.

Wat kun je doen aan die hoge werkdruk?
Femke: ‘Helaas kan ik geen waarneemsters uit de hoge hoed toveren. Hoe druk het ook is met alle extra diensten, ik heb nu zelf iets nieuws nodig. Ik móet iets doen waar ik energie van krijg, anders val ik zelf om.’

Lijkt tegenstrijdig toch? Dat je het al druk hebt en er dan iets bij gaat doen? Voor Femke is het helder. De hoge werkdruk houdt ze beter vol, als ze daarnaast iets heeft wat haar energie geeft. Dat geldt trouwens voor veel mensen. Doe naast je werk iets waar je hart sneller van gaat kloppen. Of dat nou het plannen van jullie wereldreis is, het volgen van een thriller-schrijf-cursus of dat je bestuurslid bent van de coöperatie.

Femke, waar denk jij aan?
Femke: ‘Nou, mijn hart gaat uit naar de vrouwen die een miskraam meemaken, of die later in de zwangerschap hun baby verliezen. Laatst hadden we een koppel met een IUVD, zo schrijnend. Ik wil meer kunnen betekenen voor hen.’

Hoe zet je daarin je eerste stap?
Word miskraamcoach! 
Dan begeleid je ouders na verlies in de zwangerschap. Bij pril verlies, maar ook bij IUVD’s. Deze coaching is goed te combineren met je werk als verloskundige. En het ligt logisch in het verlengde van je huidige expertise. Als miskraamcoach ervaar je veel voldoening, waardoor je je drukke diensten ook gemakkelijker volhoudt.

Bovendien werk je als miskraamcoach meer onder je eigen voorwaarden, overdag bijvoorbeeld.

Femke: ‘Ik verheug me er nu al op om een nachtdienst minder te gaan werken. Dat vindt mijn man vast ook fijn!’

Duurt het niet heel lang voordat je die nachtdienst kunt inleveren?
Tja, dat kan wel even duren, maar als je niks doet, duurt het nog langer. Hoe eerder je hiermee van start gaat, hoe eerder je dit bereikt.

Nog iets. Natuurlijk is het fijn voor jou om met meer vervulling te werken en echt iets te kunnen betekenen voor je cliënten. Maar, daarnaast wordt je praktijk interessanter.

M.* is verloskundige en gecertificeerd miskraamcoach. Ze vertelt: ‘Miskraamcoaching raakt bekender in de regio. Mijn cliënten komen nu dus ook van buiten onze verloskundigenpraktijk. En vaak komen ze dan in een nieuwe zwangerschap bij ons terug. Die ruimte hebben we gelukkig binnen onze diensten.’ Zo kan het hard gaan.

Okay, dat wil ik ook. Hoe pak ik dit aan?
Laten we een half uurtje sparren, simpel aan de telefoon. Dan denk ik met je mee wat voor jou een haalbare aanpak is om miskraambegeleiding te implementeren in je praktijk. Op korte termijn, zodat je snel mensen nóg beter kunt begeleiden. En zo dat je enthousiast kunt blijven werken als verloskundige. (Als dat is wat je wil.)

Spreekt dat je aan? Mail me meteen terug, dan bel ik je binnenkort.

PS: Ik snap dat je het druk hebt. En natuurlijk, als je iets nieuws oppakt, kost dat tijd. Maar het geeft ook meteen veel energie. Dus, laten we in gesprek gaan. Mail me op info@miskraambegeleiding.nl, dan spreken we elkaar binnenkort.

 

Je hebt medisch jargon en je hebt het dagelijkse taalgebruik.

  • Een gynaecoloog praat misschien over missed abortion waar de vrouw een miskraam meemaakt of haar kindje verliest.
  • Een arts heeft het misschien over IUVD waar ouders hun zo gewenste kindje zijn verloren, waarvoor de babykamer helemaal in orde is en het kraamfeest al gepland is.
  • Eline, de moeder van Sterre*: ‘In haar dossier staat iets als vruchtdood, maar dat past zo niet bij ons lieve meisje. Ja, ze is dood. Maar ze is ook onze dochter.’

In medische handboeken staan strakke definities. Van zoveel weken zwangerschap tot zoveel weken noem je het zus. Van zoveel tot zoveel weken noem je het zo. Dat kan handig zijn onder collega’s.

Maar in het dagelijks leven werken die definities niet. Het leven is niet zo afgebakend. Mensen zijn hun kindje verloren in de zwangerschap. En ze hebben te dealen met hun verlies.

We leren niet op school hoe je omgaat met het verlies van een kindje. Soms is het passend om daar hulp bij in te schakelen. Welke hulp? Nou, een gecertificeerde coach van Miskraambegeleiding Nederland bijvoorbeeld. Omdat die kan helpen bij het verlies van een kindje in de zwangerschap. Het 5-stappenprogramma bewijst zich al meer dan 10 jaar in de praktijk, ook bij het verlies van voldragen kindjes.

Je kunt binnenkort zelf starten met de opleiding tot gecertificeerd coach bij Miskraambegeleiding Nederland. Zodat je vrouwen en koppels kunt helpen die hun kindje zijn verloren in de zwangerschap. Of dat nou na 9 weken of 9 maanden was. Ja, natuurlijk, de situatie is dan heel anders. Maar jouw aanpak werkt.

Wil je daar meer van horen? Mail me op info@miskraambegeleiding.nl, dan spreken we elkaar binnenkort. Ik kijk ernaar uit!

© Miriam van Kreij – 2022

Ja, meteen maar even stellig. Bij stilgeboorte is rouwbegeleiding niet de beste keus. En ja, ik weet ook wel dat het wat scherp gesteld is. Maar ik wil een punt maken.

Als een (bijna) voldragen baby overlijdt, is rouwbegeleiding bij lange na niet wat ouders nodig hebben.

Gelukkig hebben veel ouders met een stilgeboren kindje fijne vrienden en familie om ze heen, die praktische hulp bieden. Ze brengen ovenschotels, houden de tuin bij, gaan mee wandelen. Op de sites van Stille Levens en Steunpunt Nova vind je nog veel meer suggesties.

Okay, maar jij bent een professional. Jij brengt geen ovenschotels. Mensen komen bij jou omdat ze iets anders nodig hebben.

Je bent misschien verloskundige, coach of therapeut, waardoor je er ook professioneel moet staan als ouders je hulp inroepen. Ook als hun baby misschien al járen geleden stilgeboren was. Wat doe je dan? Voel je je capabel om deze ouders bij te staan? Of verwijs je ze liever meteen door?

Zorg dan dat je ze doorverwijst naar een coach, therapeut of psycholoog die gespecialiseerd is in pril verlies.

Algemeen rouw- en verlies is niet voldoende. Dat gaat namelijk niet in op de specifieke aanpak die het verlies van een kindje in de zwangerschap vraagt, hoe pril of gevorderd ook.

Brenda, Ingrid, Marieke, Irma en Mieke waren bijvoorbeeld al rouw- en verliestherapeut. Daarna volgden ze mijn opleiding om ook bij pril verlies goede hulp te kunnen bieden.

Verwijs door naar de gespecialiseerde en gecertificeerde coaches van Miskraambegeleiding Nederland. Je vindt ze ook bij jou in de buurt.

Of wordt zelf zo’n gespecialiseerde coach.

Als je hart uitgaat naar verlies rond de zwangerschap en geboorte, kan de coachopleiding van Miskraambegeleiding Nederland heel passend voor je zijn.

  –   –   –   –   –

Kijk hier hoe je binnenkort al kunt starten met de geaccrediteerde opleiding tot miskraamcoach.

Heb je vragen of wil je overleggen? Mail me op info@miskraambegeleiding.nl. Dan spreken we elkaar gauw.

© Miriam van Kreij – 2022

Deze tekst gaat over de emotionele verwerking van een abortus. Je bent vrij om deze tekst over te nemen. Doe dat ook gerust. Zet ‘m in je informatiefolder, op papier of digitaal. Plaats de tekst op je website of post ‘m op je social media.

Gerichte informatie helpt de vrouwen of koppels om hun abortus te verwerken, waardoor ze verder kunnen, thuis en in hun werk. Fijn dat je daar zo aan wilt bijdragen. Als vrouwen deze handige informatie via jouw verloskundigenpraktijk kunnen vinden, doet dat bovendien jullie relatie goed. Ook belangrijk voor de langere termijn.

Heb je vragen? Of heb je suggesties om de tekst nóg beter te maken? Dan hoor ik het graag! Dank alvast voor je reactie!

En misschien is de KNOV-geaccrediteerde nascholing ‘Vrouwen met een abortus goed begeleiden’ interessant voor je? Of de KNOV-geaccrediteerde opleiding tot miskraam- en abortuscoach? Je bent welkom!

Dan volgt hier de tekst:

 

Een abortus heeft ook emotioneel impact

In Nederland wordt 1 op de 7 à 8 zwangerschappen afgebroken. Elk jaar zijn er zo’n 30.000 abortussen. Veel vrouwen hebben na hun abortus een moeilijke tijd. Een afgebroken zwanger- schap of abortus heeft vaak meer impact dan ze vooraf kunnen bedenken. Dat geldt voor de vrouw en haar partner.

Goed om te weten: er is geen tijdspad te noemen tot die impact over is. Er is geen standaardaanpak. Ieder beleeft het anders. Ieder doet het anders. Gun jezelf wat jij nodig hebt. De tips hieronder kunnen helpen.

 

 Wat kun je doen om met je abortus om te gaan?

  • Neem serieus wat je voelt. Alles mag er zijn: verdriet, gemis, opluchting, schuldgevoel, ongeloof, boosheid, dankbaarheid, een gevoel van leegte, berusting. Of misschien voel jij iets anders? Alles kan. Niks is gek. Weet dat je mag rouwen, ook als je achter je beslissing tot abortus staat.
  • Praat erover. Misschien met een vriendin, met je partner of met je zus. Of met vrouwen of koppels die hetzelfde hebben meegemaakt. Natuurlijk ben je ook welkom bij je huisarts of je verloskundige.
  • Weet dat je partner het verlies hoogstwaarschijnlijk anders beleeft en anders verwerkt dan jij. Dat is normaal. Het is waardevol als jullie erover kunnen praten, met elkaar en met anderen.
  • Doe wat goed voelt voor jou. Op het moment dat het voor jou klopt. Zet een mooi beeldje in je kast. Plant een boom in je tuin. Kies een sieraad als herinnering. Schrijf een brief aan het kind dat er zo kort was. Brand geregeld een kaarsje. Of doe iets heel anders, maar kies wat bij jou, bij jullie past.
  • Lees erover. Schrijf erover. Lees bijvoorbeeld de ervaringsverhalen op de sites van Fiom.nl, Fara.be of openoverabortus.nl. Of lees het praktische boek ‘Begeleiding na een afgebroken zwangerschap of abortus’.

 

En merk je dat je energie niet terugkomt? Of dat je maar blijft piekeren? Zoek dan hulp om je abortus te verwerken. Dit is geen thema om mee aan te rommelen. Zoek begeleiding die bij jou past. We verwijzen je bijvoorbeeld met vertrouwen door naar Fiom.nl, Fara,be of de gecertificeerde miskraam- en abortuscoaches van Miskraambegeleiding Nederland [https://www.miskraambegeleiding.nl/gecertificeerde-miskraamcoaches/].

 

[Extra regel voor de website van je verloskundigenpraktijk, je fertiliteitskliniek of je ziekenhuis:]
Als verloskundigenpraktijk horen we goede ervaringen van vrouwen die na hun abortus hulp zochten bij coach X, coach Y en coach Z. Hieronder vind je hun websites, zodat je meteen kunt kijken wie het beste bij jou past.

 

 

© Miriam van Kreij – 2022

Je hebt een zwangere vrouw nèt slecht nieuws gegeven. Het hartje van haar kindje klopt niet meer. Ze gaat een miskraam krijgen.

Vraag dan niet of ze de echofoto mee wil.

Als je dat vraagt, heb je de kans dat ze zegt: ‘Nee joh, dat hoeft niet.’ En dit wil je voorkomen. Omdat de echofoto haar kan helpen om met haar verlies om te gaan.

Wat kan ik dan wel doen?

Wees stellig. Omdat jij de professional bent, weet jij dat de echofoto binnenkort toch waardevol kan zijn voor haar. Daarom zeg je: ‘Ik geef je de echofoto mee.’ Dat is het. Je stelt geen vraag. Je houdt er geen verhaal eromheen: je doet een feitelijke mededeling.

Stop de echo in een dubbelgevouwen A4-tje. Of in een neutrale envelop. (Niet die van Moeders voor Moeders.)

Maar als ze de echofoto echt niet wil?

Dan dring je de envelop natuurlijk niet op. Vertel wel dat ze de echofoto altijd nog kan opvragen. Maar de drempel om dat alsnog te doen, blijkt vrij hoog. Bijna niemand doet dat. Daarom geef je de foto meteen mee.

Oké. Maar bij een lege vruchtzak geef ik de foto niet mee, toch?

Ja, ook dan. Zelfs als je niks meer terugziet van de zwangerschap. Leken herkennen trouwens überhaupt weinig op echoplaatjes.

Voor de vrouw in je echokamer is de echofoto de enige tastbare herinnering aan het einde van haar zwangerschap. Daarom geef je de foto mee, ook als jij er als expert weinig op ziet.

Het is aan de vrouw wat ze er wanneer mee doet, natuurlijk. Sommigen kijken er maanden niet naar. Anne-Rieke wel: ‘De echofoto staat in een lijstje op mijn nachtkastje.’ Lisa1985 vertelt in een besloten facebookgroep: ‘Ik brand er elke dag een kaarsje bij.’ Wensmama17 reageert daarop in het forum: ‘Wat mooi! Nu baal ik extra dat ik geen echofoto kreeg .’

Dus

Geef de echofoto altijd mee. Wat er ook op te zien is.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Wil je meer praktische tips om vrouwen en koppels met een miskraam goed te begeleiden? Doe dan mee aan de KNOV-, NVOG- en BEN-geaccrediteerde nascholing ‘Vrouwen met een miskraam goed begeleiden’. Graag tot kijk!

Of doe mee aan de nieuwe scholing rond abortus provocatus. Geaccrediteerd door de KNOV en accreditatie in aanvraag bij de BEN. Je bent welkom!

 

De namen in dit blog zijn geanonimiseerd.

© Miriam van Kreij – 2021

‘Wat, krijgt de oliebollenkraam op de Neude een 8 ½?’

‘Ja, dat staat in de test in het AD.’

‘Nou, echt niet dat ik dáár een oliebol ga halen. Die van de bakker op Parkwijk zijn veel lekkerder.’

Je mag er anders over denken. Dat is prima. Zo is het ook met abortus provocatus.

Cynthia is verloskundige in Goes: ‘Meike is een nieuwe zwangere in onze praktijk. Op haar intake staat dat ze twee jaar geleden een abortus had. Dat vind ik lastig, want ik ben tegen abortus.’

Kan ik het negeren, of moet ik het toch hebben over haar eerdere abortus?

Je moet er over praten. Omdat jij de verloskundige bent. Een abortus kan invloed hebben op de nieuwe zwangerschap. Medisch gezien, maar ook emotioneel. Omdat dingen die ze dacht al verwerkt te hebben, toch naar boven kunnen komen. Je kunt een abortus dus niet negeren, wat jij er ook van vindt.

Maar vanuit mijn geloof ben ik tegen. Hoe begeleid ik haar dan, zonder mijn geweten geweld aan te doen?

Kijk, je bent een mens met je eigen waarden en normen, dus je mag iets vinden van abortus. Maar het mag je werk niet in de weg staan. Sterker nog: je moet extra je best doen om haar toch goed te begeleiden. Verdiep je in abortus. Lees ervaringsverhalen op de websites van fiom.nl of openoverabortus.nl. Vraag aan je collega’s hoe zij ermee omgaan.

Hoe vraag ik een vrouw naar haar abortus zonder dat ze mijn oordeel voelt?

Stel open vragen. Vraag bijvoorbeeld niet: ‘Waarom koos je voor een abortus?’ of: ‘Heb je spijt?’

Verloskundige Aileen is vanuit haar geloof tegen abortus. Ze voert een intake-gesprek met Linly, die acht weken zwanger is. ‘Linly, je had vorig jaar een abortus. Hoe kwam je daartoe?’
Linly schuift wat op haar stoel. Ze zwijgt.
Aileen vraagt: ‘Welke impact merk jij van je abortus?’

 Achteraf vindt Aileen dat het gesprek niet goed liep. Ze vraagt aan haar collega wat die zou doen.
‘O, ik vraag dan: wat helpt jou om met je abortus om te gaan, of met wie kun je praten over je abortus?’
Aileen schrijft de zinnen op een geeltje.

Maar maak ik het niet erger door erover te beginnen?

Nou, als ze nooit meer aan haar abortus denkt, rakel je ook niks op als je ernaar vraagt. Dat is net zo min erg als vragen naar haar schoenmaat. En anders helpt het haar misschien om er met jou over te kunnen praten.

Ik weet niet of ze wel met mij over haar abortus wil praten

Daarom leg je uit waarom je naar een abortus vraagt in je intake. Je nodigt haar met open vragen uit om erover te praten. Wil ze dat niet, ook goed. Misschien komt het later.

Julia woont in Amstelveen met haar man Roy en hun twee dochters van vijf en twee. Julia is vijf maanden zwanger: ‘Pas nu, bij mijn derde zwangerschap, vertelde ik de verloskundige over de abortus die ik op mijn 19e had. Intussen ken ik de verloskundige goed, en zij mij ook. Ja, Roy weet er ook van, maar omdat de abortus niet met hem was, is het toch vooral mijn onderwerp. Ergens lucht het me op dat de verloskundige het nu ook weet.’

Astrid is ruim 20 jaar verloskundige in Den Bosch: ‘Ik vond abortus best een lastig onderwerp, maar met de jaren word ik milder. Ik ervaar zelf ook dat het leven soms anders loopt dan je wil. Eén op de vijf vrouwen maakt een abortus provocatus mee, maar dat zien we niet terug in de dossiers. Dus er is nog veel verborgen verdriet. Ik gun het vrouwen dat ze hun verhaal in elk geval bij ons kwijt kunnen. We posten elke maand ook iets over abortus op onze social media.’

Dus

Vraag je cliënt naar haar eerdere abortus, ook als je het zelf moeilijk vindt.

 

Wil je praktische tips over hoe je dat doet? Doe dan mee aan de nieuwe KNOV-geaccrediteerde nascholing Vrouwen met een abortus goed begeleiden, speciaal voor verloskundigen, echoscopisten en gynaecologen.

 

De namen en plaatsnamen in dit blog zijn geanonimiseerd.

© Miriam van Kreij – 2021

Je ziet een oude dame met opgestoken grijs haar en een parelketting. Het prijskaartje van haar Hermès-blouse steekt uit haar kraag. Tik jij die mevrouw op haar schouder?

Misschien niet als je haar in de Albert Heijn ziet lopen. Maar als ze je oma is, en het is op de begrafenis van je opa, dan zeg je het toch. Omdat je niet wil dat ze voor schut loopt. En je wil ook niet dat ze er pas achteraf achter komt. Dan is het te laat.

Zo is het ook met de vergiet-tip.

Als iemand het moet zeggen, ben jij het. En je kunt er geen week mee wachten.

Wat bedoel je met de vergiet-tip?

De tip aan de vrouw die een miskraam gaat krijgen is: plas door een vergiet. Tenminste, als ze wil opvangen wat ze verliest.

Leonie (42 jaar): ‘Vijftien jaar geleden had ik een miskraam. Ik verloor het op het toilet en in een reflex heb ik doorgetrokken. Ik heb er nóg last van: ik stuurde mijn kind naar het riool.
Ik las nu op je website over het vergiet. Wat had ik dát toen graag geweten. Dan had ik het kunnen bekijken. Denk dat we het dan begraven zouden hebben in het bos.’

Wanneer begin ik over het vergiet?

Zodra ze weet dat ze een miskraam gaat krijgen. Dus meteen de eerste keer dat je haar spreekt. Dát is het moment.

Dus, heb je haar net verteld dat het hartje niet meer klopt? Noem het vergiet voordat ze je echokamer uitloopt. Maakte je collega de echo en bel jij haar een dag later? Vertel over het vergiet voordat je ophangt.

Liever dat ze het twee keer hoort, dan dat niemand het haar vertelt.

Het is toch wat raar. Hoe zeg ik het op een acceptabele manier?

Wil je opvangen wat je verliest? Plas dan door een vergiet.

Hetty is al 23 jaar verloskundige in Alkmaar: ‘Ik zeg het zo: het is misschien een gekke tip, maar als je je kindje wilt opvangen: plas dan vanaf nu door een vergiet. Dan kun je opvangen wat er op te vangen is. Als je het daarna alsnog wilt doorspoelen is dat prima, maar misschien wil je het bekijken of begraven?’

Zet de vergiet-tip ook op jullie website en in de miskraamfolder die je meegeeft.

En dan? Wat kan ze er dan mee doen?

Ze kan het bekijken, ook samen met haar partner. Ze kan er foto’s van maken. Misschien belt ze jou en kun jij als verloskundige het vruchtzakje afspoelen onder de kraan of voorzichtig openmaken? Ze kan het een poosje in water bewaren.

Door het kindje op te vangen, ontstaat tijd om na te denken wat ze ermee wil doen. In deze fotoreportage van Jessica Vink uit Zoetermeer zie je hoe een koppel hun prille kindje begraaft in de tuin.

Doorspoelen mag toch ook gewoon?

Ja. Als dat een bewuste keuze is, is dat prima.

Bij prille zwangerschappen is het vruchtzakje toch veel te klein?

Bij een zwangerschap van vier of vijf weken is het inderdaad te klein om op te vangen. Maar het kan al vanaf een week of zes.

Op de site van de watermethode zie je ook foto’s van kindjes na acht of negen weken zwangerschap.

Gynaecoloog Bart uit Utrecht: ‘Ik noem het vergiet sinds ik de tip in jouw nascholing heb gehoord. Ik had er gewoon nog nooit aan gedacht. Ik vind het een extra voordeel van afwachten of pillen, dat de vrouw of het koppel tastbaar afscheid kan nemen. Dat is bij een curettage echt anders.’

Conny is verloskundige/echoscopist in Flevoland: ‘Ik begeleidde Lilian die bij 11 weken een miskraam kreeg. Wij bellen vrouwen ook altijd na een maand nog. Toen zei Lilian hoe blij ze was met de tip van het vergiet. Ze heeft foto’s gemaakt van haar prille kindje. Die bewaart ze nu bij de echofoto en de zwangerschapstest.’

Dus

Geef de vergiet-tip aan elke vrouw die een miskraam gaat krijgen. Daarmee voorkom je dat ze het in een reflex doorspoelt, waar ze jaren later nog last van kan hebben. Je geeft haar de kans om afscheid te nemen op haar manier.

 

Wil je meer praktische tips om verschil te maken? Doe dan mee aan de geaccrediteerde nascholing Vrouwen met een miskraam goed begeleiden. Accreditatie door KNOV, NVOG en BEN.

 

De namen en plaatsnamen in dit blog zijn geanonimiseerd.

© Miriam van Kreij – 2021

”Al 23 jaar. Hij vroeg me verkering in het zwembad, toen ik 15 was.”
“En hebben jullie het nog leuk?”
“Best.”
“Best? Is dat genoeg?”
“Ach, ik hou niet van gedoe.”

Fair enough. Met je werk kun je ook zo omgaan. Je hóéft niks te veranderen. Maar je kunt ook iets nieuws proberen. Miskraamcoaching bijvoorbeeld.

Miskraamcoaching? Is dat leuk werk?

Ik vind van wel. Plus: je kunt je eigen werktijd indelen, je bepaalt je eigen prijs en je hebt niks meer te maken met zorgverzekeraars. En ook niet met collega’s, als je dat niet wilt.

Linda* is miskraamcoach in Zwolle*. Ze werkt drie dagen van 9 tot 15 uur, zodat ze haar kinderen zelf van school kan halen. En elke maand draait ze draait ze als waarnemer nog één weekenddienst bij de verloskundigenpraktijk waar ze tien jaar gewerkt heeft.

Willen klanten niet liever dat de verzekering betaalt?

Ja. Maar dat doet helaas nog geen enkele verzekering. Het voordeel is dat je klant niet op een wachtlijst hoeft voor de reguliere ggz. Daar vindt ze sowieso geen gespecialiseerde miskraamcoach.

Milou* en Jasper* hebben hun tweede miskraam. Milou (37) zoekt hulp om ermee om te gaan, voordat ze opnieuw zwanger wordt. Haar verloskundige zegt dat een miskraamcoach misschien iets voor ze is. Ze heet Sophie*. Een week later zitten Milou en Jasper op Sophies groene stoelen voor hun eerste sessie. Het korte traject bij Sophie werkt meteen: Milou en Jasper kunnen er nu samen over praten, ze spreken weer af met vrienden en ze durven een nieuwe zwangerschap aan.

Maar ik wil de verloskunde niet loslaten. Kan het ook naast elkaar?

Ja, natuurlijk. Die combinatie werkt juist goed. Je bouwt voort op je ervaring én je kunt vrouwen nog beter helpen. En: als jij steeds meer bezig bent met miskraamcoaching, willen je jonge collega’s vast diensten van je overnemen.

Ik wil eigenlijk niet onafhankelijk zijn. Ik heb collega’s nodig.

Stel aan je maten voor om miskraamcoaching aan te bieden onder de vlag van de praktijk. Dan kun je je inhoudelijk toch verder ontwikkelen.

Het is een nieuw vak, ik ben bang dat ik niet genoeg klanten krijg.

Klopt, niet iedereen kent het nog. Dus het kan zijn dat je in je regio nog wat aan marketing moet doen. Stuur een mail aan de huisartsen en POH GGZ’s in jullie wijk. Geef een presentatie in jullie Verloskundig SamenwerkingsVerband (VSV). Schrijf er over op social media. Eén op de vier vrouwen maakt minstens één miskraam mee, ook in jullie regio. Er is behoefte aan hulp om ermee om te gaan.

Ilse* is verloskundige in Arnhem* en sinds twee jaar is ze ook miskraamcoach. Ze helpt  vrouwen  uit haar eigen praktijk. Maar het nieuws gaat snel rond. Inmiddels komen haar coachees  uit heel Gelderland. Als ze opnieuw zwanger worden, willen ze graag bij Ilse en haar collega’s blijven. Dat gaat helaas niet, die klanten wonen te ver weg om er bij een bevalling op tijd te kunnen zijn.

In de regio Den-Haag* zijn inmiddels vijf verloskundigen ook miskraamcoach. Lieke* is één van hen. Ze heeft een verloskundigenmaatschap met Anneke en Karien. Als vrouwen hulp nodig hebben bij een miskraam , verwijzen Anneke en Karien ze meteen naar Lieke door. Ze hebben in de maatschap afgesproken dat de inkomsten van de miskraamcoaching naar Lieke gaan, net zoals Anneke een bedrag krijgt voor haar werk als draagconsulent.

En nu?

Ben je benieuwd of het ook iets voor jou kan zijn? Mail me op info@miskraambegeleiding.nl, dan spreken we elkaar gauw.

 

* Ja, de namen en plaatsnamen zijn geanonimiseerd.

 

© Miriam van Kreij – 2021